Argos-enquête: 91% hoofdredacteuren vindt dat journalist geen informant mag zijn
| Nieuws - TV Nederland |
Slechts 48% is voor een wettelijk verbodOnderzoeksprogramma Argos hield een enquête onder hoofdredacteuren (en adjuncten) over het pleidooi van onder meer de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) om in de wet een verbod op te nemen voor inlichtingendiensten om de journalistiek als dekmantel te gebruiken. Dit naar aanleiding van de affaire rond AIVD-infiltrant Paul Kraaijer (afgelopen juni). De resultaten worden besproken in de Argos-uitzending van zaterdag 5 november 2011.
Respons
23 Van de aangeschreven 33 hoofdredacteuren, adjunct-hoofdredacteuren en eindredacteuren van grote media vulden onze lijst met achttien vragen in. Dat is een respons van 69%. Onder de respondenten: de NOS en RTL Nieuws, de persbureau’s ANP en GPD, de weekbladen Elsevier, Vrij Nederland, HP/de Tijd en de Groene Amsterdammer, televisierubrieken als Nieuwsuur een EenVandaag, de dagbladen NRC Handelsblad, NRC Next, De Volkskrant, Trouw, Algemeen Dagblad, De Pers, Het Parool en Dagblad van het Noorden.
Een wettelijk verbod?
Met letterlijk één uitzondering vinden alle respondenten het schadelijk voor de onafhankelijkheid en/of het aanzien van de journalistiek als journalisten tegelijkertijd werken voor een inlichtingen-dienst. Opvallend is dat ondanks deze eensgezindheid slechts 48% van de ondervraagden het wenselijk vindt dat er een wettelijk verbod komt voor de inlichtingendiensten om de journalistiek als dekmantel te gebruiken. Ruim 30% zegt expliciet dit niet wenselijk te vinden en ruim 21% heeft hierover geen mening.
Ervaring en eigen beleid
Met een uitzondering heeft niemand van de respondenten weet van concrete pogingen van inlichtingendiensten om bij zijn of haar organisatie binnen te dringen.
22% geeft aan speciaal beleid te hebben voor medewerkers met een verleden bij een geheime dienst. Dat kan zijn dat men deze mensen niet in dienst wenst te nemen of ze niet laat werken aan gevoelige portefeuilles als justitie, ‘Den Haag’ en buitenland. 78% Van de respondenten heeft geen speciaal beleid voor medewerkers met een verleden bij een inlichtingendienst. Daarbij wordt deels als reden opgegeven dat zich een dergelijke situatie nog niet heeft voorgedaan.
Onacceptabel
Eén respondent zou het mogelijk toestaan dat een van hun journalisten tegelijkertijd werkt voor een inlichtingendienst. Eén respondent heeft hierover geen mening en een andere respondent heeft deze vraag niet ingevuld. De andere 20 respondenten (dat is 91% van het totaal) zouden het de betreffende medewerker expliciet willen verbieden om tegelijk te werken voor een inlichtingendienst of zouden die medewerker zelfs willen ontslaan.
Ook 91% zegt het principieel ontoelaatbaar te vinden dat een journalist tegelijkertijd werkt voor een inlichtingendienst. Als redenen worden onder meer genoemd: “Journalisten moeten te vertrouwen zijn”; “Het brengt het beroep in diskrediet en zaait in potentie twijfel aan de onafhankelijkheid van de journalistiek”; “Is een gevaar voor de bronbescherming”; “Journalisten moeten ook door derden gezien worden als onafhankelijk en dus niet als handlangers van politie etc.”; “Je mag als journalist geen dubbele pet op hebben”.






